Gemeenschappelijke ruimtes

De NWS wil haar huurders zoveel mogelijk de ruimte laten om de eigen leefomgeving zelf in te richten. Bewoners weten meestal in goed overleg en in alle redelijkheid met de gezamenlijke ruimte om te gaan. Omdat dicht opeen wonen soms toch tot hinder of overlast kan leiden hieronder een aantal richtlijnen:

  • Fietsen, bromfietsen, scootmobielen, kinderwagens, winkelwagens en dergelijke horen niet in of op de gemeenschappelijke ruimte. Ze kunnen worden gestald in de ‘eigen’ berging of op de daarvoor aangewezen plaats.
  • Alle eigen goederen, waaronder ook de papier- en glaskratjes en vuilnisbakken en -zakken, horen vanzelfsprekend in de eigen woning of berging.
  • Plantenbakken of andere versierselen op vloeren, aan muren en plafonds van gemeenschappelijke ruimtes zijn altijd ter beoordeling van de NWS.  

Ze mogen:

  • geen gevaar opleveren;
  • geen obstakel vormen voor medebewoners en hulpdiensten;
  • geen beschadigingen veroorzaken;
  • de werkzaamheden van het schoonmaakbedrijf niet belemmeren.

Er moet altijd voldoende ruimte overblijven om andere bewoners en eventuele hulpdiensten zonder problemen te kunnen laten passeren. Bij nooduitgangen en brandtrappen mogen geen obstakels worden geplaatst. 

Laatst gewijzigd: 05-11-2015